Meerjarenvisie 2013-2018

Dit is de enigszins ingekorte versie van de door het algemeen bestuur van Stichting Thomas More in zijn vergadering van 26 november 2012 vastgestelde tekst.

1. Inleidend: van 'zuil' naar 'netwerk', van ‘Radboud’ naar ‘Thomas More’

De katholieke gemeenschap in Nederland bevindt zich in een overgangsfase. De oude 'zuil' is ingestort. Organisatiemodellen uit het verleden voldoen niet meer. Verenigingen, stichtingen en andere organisaties op katholieke grondslag moeten zich opnieuw uitvinden, onder de condities van een 'netwerksamenleving'. Welbeschouwd staan de organisaties, oude zowel als nieuwe, voor een dubbele opdracht: zij hebben de overgang van een 'katholieke zuil' naar een 'katholiek netwerk' te maken, en dienen daarnaast in de vele netwerken van de bredere Nederlandse samenleving 'het katholieke' present te stellen. Kort na haar eeuwfeest is de Radboudstichting, in de nadagen van de zuil functionerend als een gerespecteerd bureau voor het beheer van onder meer leerstoelen en beurzen, zich gaan aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. De nieuwe naam Thomas More die zij in 2010 aannam, bevat het programma voor haar nieuwe rol. De geleerde heilige More formuleerde aan het begin van de zestiende eeuw namelijk het visioen van een republiek van christelijke geletterden, een visioen dat in onze tijd gerealiseerd kan worden als een netwerk van in de katholieke traditie geëngageerde hoger opgeleiden.

2. De katholieke conversatie

In het wereldomspannende katholieke netwerk heeft Stichting Thomas More een duidelijke positie: zij tekent voor de groei en bloei van het 'deelnetwerk' van hoger opgeleide Nederlandse katholieken. De missie van Thomas More gaat nadrukkelijk verder, evenwel. Zij werkt ook en met name voor de Nederlandse samenleving als geheel. De Stichting wil zoveel mogelijk hoger opgeleiden in de gelegenheid stellen om de vragen waarmee zij op persoonlijk, professioneel of maatschappelijk vlak worstelen vanuit de katholieke traditie te verhelderen. De traditie wordt daarbij opgevat als een gesprek: de door Jezus met zijn leerlingen tweeduizend jaar geleden begonnen conversatie, die nog altijd voortduurt. Deze katholieke conversatie sluit niemand uit; zij staat open voor alle mensen, en wel in het bijzonder voor degenen die de blijde boodschap nog niet of nog onvoldoende hebben vernomen. Alle mogelijke vragen kunnen ter sprake komen, juist omdat de conversatie katholiek is: omvattend.

3. Een netwerk van kringen

Als het gaat om ‘hoger opgeleiden’ heeft de Stichting welbeschouwd te maken met een drietal doelgroepen:

  • gepromoveerde wetenschappers die, al dan niet beroepsmatig, aan een instelling van WO of HBO verbonden, deel willen nemen aan de katholieke conversatie;
  • jonge mensen die een studie volgen aan een instelling van hoger onderwijs en voor de katholieke conversatie open staan;
  • aan instellingen van WO of HBO afgestudeerde mannen en vrouwen die reeds enige tijd in het beroepsleven actief zijn, en aan de katholieke conversatie willen blijven of gaan deelnemen.

4. Samenwerking als parool – op zoek naar te vullen leemtes

Het netwerk van in de katholieke traditie geëngageerde hoger opgeleiden dat Thomas More wil zijn, is niet gedacht als een verzameling individuen, maar als een verzameling van op elkaar betrokken kringen. Al deze kringen brengen, op elkaar betrokken, tezamen het beoogde netwerk tot stand. Stichting Thomas More verbindt en versterkt bestaande groepen, en werkt alleen met eigen kringen als ze daarmee in een leemte voorziet. Een drietal leemtes heeft zij inmiddels geconstateerd: er blijkt in het katholieke veld nog onvoldoende kringvorming te bestaan voor 1) nog niet zo lang geleden afgestudeerde professionals, 2) studenten, en 3) gepromoveerde wetenschappers.

5. Nieuwe kringen van gepromoveerden: de ‘Thomas More Academie’

Stichting Thomas More bouwt haar netwerk van gepromoveerde, in de katholieke traditie geëngageerde wetenschappers de komende jaren verder uit. Het gaat hierbij om mannen en vrouwen die bereid en in staat zijn om tegen onkostenvergoeding aan alle universiteiten en hogescholen van Nederland – dus ook aan de van oorsprong katholieke instellingen – mede gestalte te geven aan de katholieke conversatie zoals die concreet vorm kan krijgen in cursussen, summerschools, gastcolleges, lezingen, symposia, leesgroepen en wat al niet meer. ‘Thomas More Academie’ is de naam voor dit in kringen georganiseerde netwerk. Voortaan vervullen vanwege de Stichting aangestelde bijzonder hoogleraren binnen het grotere geheel van de Thomas More Academie hun rol. Bij de uitbouw van de Academie werkt de Stichting Thomas More samen met hoogleraren en wetenschappers die verbonden zijn aan het Titus Brandsma Instituut, het Verband van Katholieke Maatschappelijke Organisaties en aanverwante katholieke instellingen.

6. Naar nieuwe studentenkringen, via een herzien beurzenprogramma

Studenten aan universiteiten en hogescholen blijken nauwelijks nog rond deelname aan de katholieke conversatie georganiseerd. Hier ligt nadrukkelijk een taak voor Stichting Thomas More. Zij gaat studenten bij de traditie betrekken door inhoudelijke activiteiten van nog bestaande katholieke studentenverenigingen financieel en door middel van haar Academie te ondersteunen, en vooral ook door haar beurzenprogramma in een op kringvorming gerichte zin te herzien.
Het eind jaren '90 van de vorige eeuw gestarte beurzenprogramma van de Radboudstichting was nog geheel geënt op het universitair model van vóór de bachelor/master-structuur. Net afgestudeerde studenten werden in de gelegenheid gesteld om een jaar lang filosofie, ethiek of theologie te studeren. Het ging daarbij om volkomen individuele programma’s, die konden worden gevolgd doordat de Radboudbeurs hoog genoeg was om een jaar lang van te leven en te studeren. Heden ten dage is een ander programma nodig. Het is niet langer mogelijk beurzen te verstrekken die iemand een jaar lang geheel vrijstellen, en het is vanuit het hierboven geformuleerde ideaal van een uit kringen samengesteld netwerk bovendien ongewenst om door te gaan met individuele programma's. Stichting Thomas More gaat daarom programma's voor groepen studenten opzetten, zoveel mogelijk in aansluiting op het door veel instellingen voor hoger onderwijs tegenwoordig georganiseerde ‘honours’-aanbod.

7. Nieuw op te zetten kringen voor jonge, hoog opgeleide professionals

Op de traditie betrokken, reeds afgestudeerde professionals zijn momenteel redelijk tot goed georganiseerd als het gaat om de wat oudere dames en heren. Zij vinden elkaar in de verbanden van Adelbertvereniging en Thijmgenootschap, en in de diverse lekenbewegingen die aan ordes en congregaties verbonden zijn. Thomas More hoeft deze kringen slechts, waar dit gewenst is, via de Thomas More Academie te voorzien van inhoudelijke voeding.
Een leemte waarin Stichting Thomas More nadrukkelijk gaat voorzien, betreft de leeftijdscohorten van ‘jonge professionals’. Het gaat daarbij om mannen en vrouwen van in de dertig, veertig, die zich vol aan hun gezin en loopbaan moeten wijden maar toch behoefte hebben aan op de traditie betrokken reflectie. Deze jonge professionals worden op dit moment onvoldoende bereikt. In samenwerking met deze partijen en met het VKMO wil Thomas More gerichte kringvorming onder jonge professionals realiseren, onder meer door het opzetten van op de traditie betrokken vormen van intervisie.