Onderstaand navigatiemenu overslaanDe sleutelwoorden van dit symposium met het thema “Oordeelkundig” zijn “leiderschap en vorming”. In de titel die ik aan deze “slotoverweging” heb gegeven, draai ik de volgorde om, en wel om twee redenen: allereerst omdat zonder vorming niemand tot leiderschap komt en ten tweede omdat ook een leider voortdurend vorming nodig heeft om zijn opdracht ‘wijs, verantwoordelijk en bezielend’ te kunnen vervullen.
Deze permanente combinatie is onontbeerlijk in het werk van de Stichting Thomas More die als voornaamste doelstelling heeft een open, betrokken en kritische dialoog te voeren binnen de wereld van het hoger onderwijs, en breder in de samenleving in haar geheel, geïnspireerd door de christelijke traditie en de katholieke levensbeschouwing. Tegenover Christus en Zijn evangelie blijven alle partners - studenten en docenten – ‘leerlingen’, en als er dan van leiders in de academische wereld ‘bezielende vorming’ verwacht wordt, veronderstelt dit dat bij hen het besef leeft van zelf ook op weg te zijn, weliswaar met meer verworven kennis en wijsheid, maar steeds ook als tochtgenoten van de anderen, in de universiteiten en daarbuiten.
We zijn allen zonder uitzondering pelgrims, “Emmausgangers” van deze tijd. Welke spirituele houding we ons zonder onderscheid en zonder onderbreking steeds meer eigen moeten maken, leert ons het verhaal van de ontmoeting van de Verrezen Heer met de twee leerlingen op de weg van Jeruzalem naar Emmaus.
Een van de mooiste uitbeeldingen van dit verhaal uit het Lucasevangelie (hoofdstuk 24) is het reliëf in de kruisgang van de beroemde romaanse abdij van Santo Domingo de Silos in Spanje (uit de elfde eeuw).
Hier staat Christus afgebeeld met de attributen van de middeleeuwse pelgrim: staf en schoudertas. Op de tas zien we het schelpmotief, het is de eerste afbeelding van een gebeeldhouwde schelp als pelgrimsteken van de bedevaartgangers naar Santiago: de Sint-Jacobsschelp. Christus is het prototype van de pelgrims. Zijn voorbeeld moet door iedere christen worden nagevolgd. De associatie lag de kunstenaar voor de hand. Immers Cleophas noemt de vreemdeling die hij en zijn metgezel ontmoeten op de weg naar Emmaus “peregrinus”: “bent u dan de enige ‘pelgrim’ (vreemdeling) in Jeruzalem die niet weet wat hier in deze dagen gebeurd is?”
De kunstenaar beeldt Jezus uit in zijn mysterievolle wezen, als de Verrezen Heer, die tegelijk tochtgenoot is en gids voor al zijn leerlingen. Hij staat daar vóór de leerlingen; een kop groter kijkt Hij hen vragend en uitnodigend aan. Hij roept hen op tot navolging en richt hen op de toekomst, op de nieuwe wereld, waarheen Hij de weg gebaand heeft door Zijn lijden en dood, het hemelse Jeruzalem. Zijn beide voeten staan geschaard tegenover elkaar: de rechter gericht naar de leerlingen als uitdrukking van de belofte bij hen te blijven op hun tocht door de geschiedenis, zoals Hij Zijn apostelen vóór Zijn hemelvaart beloofd heeft: “zie Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan het einde der wereld” (Mt. 28, 20). Christus houdt echter niet alleen gelijke tred met hen. Hij gaat hen ook voor, de linkervoet is al op weg en geeft de richting aan. Christus zelf, de ‘peregrinus’ bij uitstek, is “de Weg, de Waarheid en het Leven” (Joh. 14, 6).
De ervaring van de beide leerlingen die, teleurgesteld en ontmoedigd, de stad Jeruzalem verlaten na de dood aan het kruis van hun vriend en meester, is de ervaring van zovele mannen en vrouwen van onze tijd en van ons continent. Ze hebben de herinnering aan de bron van hoop die Christus is, verloren, hun mensbeeld verwijdert zich steeds meer van een besef van God als oorsprong en bestemming van het menselijk bestaan, ze verkeren in een crisis wat betreft de diepe zingeving van het leven en de interpersoonlijke relaties van solidariteit en cohesie worden steeds zwakker. Evenals de Emmausgangers zijn ze teneergeslagen, ontgoocheld, verward en vluchten ze het liefst weg voor de dreiging en de spanningen van de ontwikkelingen in het eigen continent en wereldwijd, de financieel-economische crisis, de klimaatverandering en de natuurrampen, de kritieke toestand in de wereld wat betreft voedsel, water en energie, de vele conflicten en oorlogen, het niets en niemand ontziend terrorisme, en onder al deze crisissen de morele worsteling om de juiste ordening wat betreft de mensenrechten en de humane waarden.
De westerse samenleving is echter niet aan haar lot overgelaten. Ze bezit nog steeds haar christelijke wortels. En vooral staat voor haar de terugkeer open naar Christus. Europa staat voor de uitdaging opnieuw voor Christus te kiezen, en zich te laten leiden door de pedagogie van de Verrezen Heer. Hij mag een vreemdeling lijken voor vele Europeanen, maar Hij is hun metgezel bij uitstek, bereid om te luisteren naar wat hen bezighoudt, wat hen bedroeft, wat ze vrezen en hopen, bereid om van Zichzelf te getuigen als de Weg ten leven door alle lijden en sterven heen. Ze kunnen naar Hem luisteren in het woord van de Schriften, Hem ontmoeten in de vreemdeling die om gastvrijheid smeekt en Hem herkennen in de geste van het breken van het brood. Hij respecteert hun vrijheid maar, eenmaal door Hem tot in hun hart geraakt, kunnen ze bewust kiezen voor Zijn Evangelie en Hem volgen in de gemeenschap van Zijn leerlingen, ten dienste van de uitbouw van Zijn Rijk van vrede en gerechtigheid in deze wereld.
Het Emmausverhaal wordt ons door Lucas verteld om ons te laten zien hoe wij, Emmausgangers van het derde millennium, de Verrezen Heer kunnen ontmoeten en hoe deze ontmoeting ons nieuwe hoop geeft en kracht en inspiratie om Hem te volgen en van onze ontmoeting met Hem aan anderen te getuigen. Het Emmausverhaal is een “paradigma” voor ons vandaag. Christus geeft immers in deze ontmoeting een klassiek voorbeeld van Zijn pedagogische methode. Het Emmausverhaal bevat belangrijke aanwijzingen voor hen die de verantwoordelijkheid hebben om anderen te vormen en te leiden en is dus zeker ook richtinggevend voor de Stichting Thomas More.
De eerste opdracht is het aangaan van de dialoog met de mensen van deze tijd. Voorafgaand aan onze eigen inbreng is een luisterhouding onontbeerlijk en oprechte belangstelling voor de concrete mensen: “waarom zijn jullie zo bedroefd?”
Op de weg naar Emmaus neemt Jezus het initiatief, vraagt naar de reden van hun droefheid, laat hen hun verhaal vertellen, wekt hun vertrouwen en maakt hen toegankelijk voor Zijn verhaal, dat van de Messias. Een dergelijke sfeer van vertrouwen is ook nu noodzakelijk, een relationele band tussen tochtgenoten, die voorwaarde is voor het wekken van geloof als vertrouwen in de God die liefde is. Vooral voor de dialoog met de jongeren is deze ‘pedagogie’ van groeiend vertrouwen een onmisbare stap.
Jezus onthoudt de beide leerlingen vervolgens niet de uitleg van de Schriften over Zijn zending als de Messias. Het geloof in Hem, de Verrezen Heer, werpt een nieuw licht op Zijn lijden en dood, op elk lijden en elk sterven, en biedt een perspectief van bevrijding, hoop op een doortocht naar eeuwig leven in Zijn heerlijkheid.
Het is nu onze taak het evangelie van Christus ter sprake te brengen. Natuurlijk kunnen we dat nooit zo indringend en overtuigend doen als de Heer zelf deed op de weg naar Emmaus. Hij vertelde over zichzelf, Wij vertellen Zíjn verhaal, maar dan wel als het verhaal dat ook ons leven bepaalt, van waaruit wij leven, dat ons overeind houdt en gaande. We hebben het ons eigen gemaakt, en ons hart is gaan branden, onderweg, en doet dat nog steeds, en zo kan de vlam overslaan naar de harten van anderen. Onze eigen persoonlijke ontmoeting met Christus, onze eigen spirituele Godservaring, onze eigen ontvankelijkheid voor de werking van de Heilige Geest is voorwaarde voor de geloofwaardigheid van ons getuigenis.
Bij Emmaus aangekomen, doet de Heer alsof Hij verder wil gaan, maar op hun aandringen blijft Hij bij hen. Ze nodigen de vreemdeling – want dat is Hij nog steeds voor hen – uit voor het avondmaal. En dan gebeurt het dat Hij de rollen omkeert en van gast tot gastheer wordt. Hij breekt het brood voor hen. Hij herhaalt de geste van het laatste avondmaal en schenkt zichzelf aan de leerlingen. Dan komen deze tot inzicht, en wanneer Hij zich teruggetrokken heeft, keren de beiden naar Jeruzalem terug naar de gemeenschap van de leerlingen. Ze nemen zelf het besluit daartoe, het is hun eigen keuze. In de ontmoeting met hen legt Jezus hun niets op, maar respecteert ten volle hun persoonlijke vrijheid. Ook hierin geeft hij ons een voorbeeld ter navolging.
Tot de kern van het Evangelie behoort de solidariteit met de medemens, een solidariteit die zich concreet vertaalt in authentieke gastvrijheid, in het breken van het brood, een solidariteit die niet terugschrikt voor relativering of zelfs opoffering van eigen belangen. De leerlingen van de Heer volgen Hem als de pelgrim bij uitstek. De “attributen van de pelgrim” - de staf van hout verwijst naar het kruishout en de bedelzak is klein van omvang en van boven open, niet afgesloten voor de tochtgenoten - verwijzen naar de matigheid die de eigen baatzucht beteugelt en die ruimte schept voor solidariteit met de medepelgrims, voor de zelfgave in navolging van de Heer.
Emmaus blijkt tenslotte niet het eindpunt te zijn. De leerlingen gaan dezelfde avond terug naar Jeruzalem, de stad van de Verrijzenis, van het Paasevangelie. Daar wisselen ze hun geloofservaringen uit met die van de andere leerlingen.
De Verrezen Heer is tochtgenoot en gids naar het hemels Jeruzalem: de stad van God, de plaats van de voltooide humane samenleving, de ideale stad, de stad op de berg met twaalf poorten die geen zonlicht of tempel meer nodig heeft, omdat God zelf haar tempel is en Christus het licht (zie Openbaring 21, 22-23). Het geloof in het Paasevangelie is een “dynamisch” geloof dat alle aardse verworvenheden relativeert en dat in ons het besef levendig houdt dat het menselijk bestaan een aardse pelgrimstocht is en dat het einddoel ervan ligt in de stad van God, waarheen de Heer ons is voorgegaan en waarheen Hij ons begeleidt.
Het Emmausverhaal geeft ons waardevolle aanwijzingen om van het Evangelie te getuigen op een verstaanbare en geloofwaardige wijze: in dialoog met de mensen –ook met de jongeren – van onze tijd. Het is een oproep aan vormers en leiders om zelf oprechte Emmausgangers te zijn, meer getuigen dan leraren. We kunnen ons spiegelen aan de beide leerlingen van het reliëf in de kruisgang van Silos. De leerling links houdt vol eerbied het boek vast, de Heilige Schrift, waarvan de merkwaardige vreemdeling onderweg betekenis en zin verklaart. Hij kijkt mediterend voor zich uit, hij staat op het punt het waagstuk van het geloof en van de navolging te beginnen; zijn voeten zijn al gericht op de Heer voor hem uit.
De leerling in het midden heeft zijn toewending tot de Heer al bijna voltooid. Hij steekt zijn linkerhand vol vertrouwen uit naar de schouder van de Heer en zijn rechterhand wijst omhoog, bijna in hetzelfde gebaar als dat van Christus. Zijn ogen zijn geconcentreerd op de Heer. Zijn voeten staan niet alleen gericht in dezelfde richting als die van Jezus, maar hij is al in beweging, al op weg, de Heer achterna.
Het werk van de Stichting Thomas More veronderstelt een klimaat van oprechte en vertrouwvolle dialoog, van gezamenlijk zoeken naar antwoorden op wezenlijke bestaansvragen van de mens, van gemeenschappelijk lezen en duiden van de Schrift, waarbij alle gesprekspartners zelf in vrijheid hun levenskeuzes maken.
Het spirituele avontuur van de leerlingen op weg naar Emmaus is inderdaad een inspirerend, relationeel en dynamisch paradigma voor de Stichting Thomas More, voor de ontmoeting tussen Emmausgangers van generatie naar generatie, voor de dialoog tussen tochtgenoten, voor vorming en leiderschap.

Masterclass 2012
Start 20 augustus 2012
Masterclass Wijsbegeerte Levensbeschouwing: Verdieping in vijf dagen. Genoeg flutromannetjes gelezen op het strand? Wil je weer even je tanden zetten in wat stevigere kost voor het collegejaar van start gaat? Bezoek dan
...
Meer informatie | Direct inschrijven
recordaantal beursaanvragen
Geplaatst op 15 mei 2012
Stichting Thomas More rekent haar netwerk tot haar kostbaarste bezit. Een groeiende sleutelpositie in dit netwerk komt toe aan de ruim 300 alumni die sinds de start van ons beurzenprogramma een aanvullend
...
lezing prof.dr. Palmyre Oomen 'Neurowetenschap en de menselijke vrije wil
1 juni 2012
tijd:11.10 uur - 11.45 uur. onderdeel van Publieksdag van de Tilburg School of Catholic Theology getiteld Geloof en hersenen: Neurowetenschap en de theologie.Plaats: Zaal DZ2 in Dante Building op de Campus van
...